KEES 4 ARTS
KEES4ARTS
boer
cursus fototechniek voor KCMM sessie 1
contact: info@kees4arts.nl
In de zomermaanden (2016) geef ik les in fototechniek voor een aantal leden van het kunstcollectief Muiden/ Muiderberg. Ik leer er bij de voorbereiding zelf veel van. Dat is mijn beloning. Hieronder staan de dia’s (zonder animatie natuurlijk) van de eerste sessie. De tekst onder de dia’s vat heel summier samen wat ik er mee bedoel te zeggen. Wanneer er fouten in zitten (ik ben tenslotte geen professional) dan hoor ik die graag terug via de mail (zie contact rechtsboven). Tip: gebruik op de portable of desktop Ctr met +(-) om in(uit) te zoomen op een dia.
Het beoogde programma voor vanavond. Vooral theorie, beetje praktijk.
Een (bolle) lens convergeert het licht naar een (brand)punt. De afstand tot de lens is de brandpuntsafstand (staat op rand van het objectief; hier 50 mm). Voor of na het brandpunt vormt zich een beeld dat zichtbaar kan worden gemaakt door een lichtgevoelig element. Vroeger veelal kleinbeeldfilm, in de digitale camera een sensor, die steeds groter wordt. 35-mm full frame is net zo groot als de kleinbeeldfilm (was 35mm breed inclusief randgaatjes; vandaar de naam).
Een kleinere sensor ziet bij eenzelfde lens een kleiner oppervlak: tele-effect. De meeste digitale reflex-cameras (DSLR) hebben een kleinere sensor dan full frame. Met oude objectieven van de analoge kleinbeeldcameras of objectieven van een full frame digitale camera klopt het getal van de brandpuntsafstand niet meer. De crop factor geeft de verhouding aan waarmee de lens meer tele wordt: 50mm wordt bij een crop factor van 1,5: 75 mm. Dit gaat ten koste van de hoeveelheid licht die door de lens gelaten wordt: de lens wordt minder lichtsterk en dus minder ‘snel’.
De grootste opening (in het diafragma) die een lens toelaat bepaalt de lichtsterkte van een lens in samenhang met de brandpuntsafstand van de lens. Een zoomlens heeft wisselende brandpunten en dus wisselende lichtsterktes. De ff die op de rand van de lens wordt weergegeven zijn dan die passen bij de kortste afstand (hier bijvoorbeeld 1:1.8) en de meest teleafstand (1:5.4)
De sensor bestaat uit diverse lagen waardoor per lichtgevoelig elementje het licht in de 3 primaire kleuren wordt gesplitst en omgezet in een electrisch signaal dat gedigitaliseerd wordt. Tussen sensor en lens zitten de sluiter en het diafragma waarmee geregeld wordt hoeveel voorwerp wordt afgebeeld en met welke hoeveelheid licht. Voordat het beeld verder verwerkt wordt spreken we over RAW (ruwe) data. Deze hebben meer info dan gecomprimeerde beelden zoals jpeg, maar kosten meer geheugen.
Vroeger lag de lichtgevoeligheid van een film vast en kon je alleen achteraf nog proberen de donkerte van de foto te beïnvloeden. In de digitale camera kan de sensorlichtgevoeligheid worden opgekrikt door de iso te verhogen. Bij grotere en betere lichtgevoelige elementen kan de iso meer worden verhoogd dan bij kleinere elementen in (vaak oudere!) kwalitatief mindere sensoren zonder ruis te veroorzaken.
Deze dia’s bevatten zelf al voldoende uitleg. De gele puntjes in de linker dia stellen stoorsignalen voor die bij een groter lichtgevoelig element maar een deel van het oppervlakte raken en dus uitgemiddeld worden (weinig ruis), maar bij kleinere elementen (vaak bij veel pixels) niet en dan juist ruis geven.
Als een camerasensor 10 megapixels heeft dan kun je er grotere afdrukken mee maken die niet korrelig zijn dan met minder pixels. Hoe groot de resolutie (dots of pixels per inch:dpi) van de afdruk is hangt af van de grootte van de afdruk. Een drukker moet dit dus altijd beide opgeven: zoveel dpi voor een afdruk van zoveel maal zoveel cm. Hij moet daarbij zelf in het oog houden wat nog zinvol is (zie rechter dia).
Met het diafragma regel je de scherptediepte. Een grote lensopening (laag diafragmagetal) geeft een geringe scherptediepte en dat levert (artistiek) soms fraaie foto’s op zoals de struisvogelkop. Wanneer je een groter traject scherp wilt hebben moet het diafragma dichter gedraaid worden (groter getal). Er komt nu eenmaal minder licht door een kleinere opening. De sluiter moet langer open blijven staan of de lichtgevoeligheid (iso) moet worden opgekrikt.
Bij de voorbeelden van grote scherptediepte is dit een relatief begrip, want bij mijn poes is die niet zo groot, maar voldoende om de kop helemaal scherp te hebben. Bij de straattekening stel je scherp op een punt vóór de tekenaar om alles scherp te krijgen. Een hoger diafragmagetal zal dit bevorderen.
Digitale camera’s werken nog met mechanische componenten uit het analoge tijdperk. Niet alleen het diafragma, maar ook de spleetsluiter. Hierbij wordt een rolluikje omhoog getrokken waardoor licht wordt toegelaten, snel of minder snel gevolgd door een ander rolluikje om te sluiten.
De diafragmareeks bestaat uit openingen waarbij met het hoger worden van het getal (kleiner worden van de opening) het oppervlakte steeds halveert en dus ook de lichtdoorval, waardoor voor eenzelfde belichting de sluiter twee keer zo lang open moet staan. Veel camera’s hebben een of twee tussenstops tussen de getallen uit deze reeks. Langere belichting leidt tot meer onscherpte door beweging bij fotograferen uit de vrije hand. Oplossingen staan in de rechter dia.
Doe niet stoer en fotografeer met twee handen. Wanneer het niet anders kan kun je de zelfontspanner gebruiken (op de kortste tijd). De belichting is het gevolg van de niet te beïnvloeden lenslichtsterkte en de wel te manipuleren diafragmaopening, sluitertijd en isowaarde. Tussen twee getallen uit een reeks zit steeds een stop. Samen maken ze de bw of ev. Wanneer je vindt dat je camera geen optimaal belichte foto’s maakt, kun je met de EV-knop een stop(fractie) corrigeren. -0.3 stop is vaak gewenst.
Camera’s hebben soms de functie ‘bracketing’ waarbij opeenvolgende foto’s automatisch iets anders belicht worden. De volgorde kan vaak uitgekozen. Het dynamisch bereik is het lichttraject waarbinnen wat kan worden onderscheiden in heel donker tot heel licht. Het oog heeft een veel groter bereik dan een sensor. Belangrijk is dat een sensor in het donkerste deel dat hij ‘ziet’ nog veel details opslaat en bijna niets in het lichtste deel. Dus uit de (RAW-)data kan door een fotoprogramma nog veel worden ‘opgehaald’ uit het donkere deel, maar niet uit de zogenaamde hooglichten. Daarom is het corrigeren van de belichting met 0.3 stop of meer vaak zinvol.
Links zie je wat er met photoshop uit het donker te voorschijn kan worden getoverd. Rechts is ook te zien dat wanneer onder gelijke omstandigheden wordt gefotografeerd met of zonder belichtings- compensatie de korreling op de foto met compensatie na helderder maken minder is dan zonder.
Er zijn hele boeken geschreven over het groter maken van de dynamic range door het maken van opeenvolgende foto’s met verschillende belichting en die daarna in een verwerkingsprogramma (dat in sommige fototoestellen al is ingebouwd) te combineren tot één foto met een hoog bereik (HDR)
De lichtmeting gebeurt in de camera zodat deze zelf kan bepalen hoe de sluiter, het diafragma en de iso moeten worden ingesteld. De camera weet alleen niet wát je wilt fotograferen en heeft vaak 3 lichtmetingen waartussen je kunt kiezen. Met de matrixmeting kijkt hij naar het grootste deel van de ‘foto’ met iets meer voorkeur voor het centrum, met de center weighted is die nadruk verhoogd en met de spotmeting helemaal. Soms kun je de spot in het beeld verplaatsen; handiger is het om de camera met het centrum te richten op het voorwerp van belang, de ontspanknop half in te drukken, de camera te draaien voor een goede vlakverdeling en dan door te drukken om de foto te nemen.
Over de witbalans hebben we het niet gehad. Dat komt de volgende les. Bij de praktijkles zal ik laten zien hoe je zelf de witbalans kunt instellen als de camera dat toelaat. Claudia zal t.z.t. haar kleurkaart demonstreren (rechtsboven)
Bij het scherpstellen is het belangrijk een tel te wachten met doordrukken. Scherp stellen neemt soms zijn tijd of lukt helemaal niet, omdat het voorwerp te dichtbij is of dat het te licht is en geen details bevat om scherp op te stellen. Vooral rood en wit zijn voor de sensor moeilijke kleuren. Daar komen we nog over te spreken. Tot slot een tip van het net geplukt.
naar de samen- vatting
Home Mijzelf Tekeningen Logo's Schilderijen Foto's Posters Kunstgeschiedenis Interviews Deurkloppers